Dromen? Wellicht keek ik wel gewoon anders.

Gepubliceerd op 25 augustus 2026 om 10:29

Ze zeiden dat ik droomde — maar misschien keek ik gewoon anders

Een klein meisje
zittend in de klas,
starend naar buiten.

Alsof ze even helemaal
ergens anders was.

‘Dat zeiden ze.’

Maar ze was er gewoon.

Ze was gewoon hier.

Kijkend naar buiten.
Verwonderend.
Bewonderend.
Genietend.

Van de zon.
De vlinders.
De kleinste details
die ze kon zien.

De schoonheid
van ZIJN schepping.

Ze voelde zich
zo verbonden.
Zo geliefd.
Zo vol van Zijn licht.

Alles is zo mooi.
En ik mag dit ervaren.

Maar toen werd ze geroepen:

‘Sandy! Let je wel op?
Waarom zit je altijd te dromen?’

Ze begreep het niet.

Zien jullie dan niet hoe mooi het leven is?

Hoe prachtig al die details zijn?
Hoe bijzonder alles gemaakt is?

Door Zijn hand.

Ze probeerde zich weer te concentreren
op de rekentoets voor haar neus.

Maar het lukte niet.

Wat leer ik hiervan?
Alles is toch zo makkelijk?
Waarom leren ze ons dit?
Waarom gaan we niet naar buiten?

Ik wil achter de vlinders aanrennen.
Ik wil die kleuren bekijken.
Ik wil ontdekken.
Voelen.
Kijken.
Me verwonderen.

‘Sandy! Schiet eens op met je toets!’

En dus besloot ik maar wat
‘even snel’ in te vullen.

Misschien vinden ze me ook raar
als ik alles goed heb?

Veel te makkelijk dit, toch?

Of is dát juist raar?

Ik snap hen niet.

En zij snappen mij niet.

Was ik eigenlijk wel aan het dromen?

Jarenlang kun je woorden over jezelf gaan geloven die anderen je hebben gegeven.

Dromerig.
Afwezig.
Snel afgeleid.
Te gevoelig.
In je eigen wereld.

Maar wat als een kind helemaal niet zo weinig van haar omgeving meekrijgt?

Wat als ze juist ontzettend veel ziet?

Misschien keek ik niet weg van de wereld.

Misschien keek ik er juist heel intens naar.

Ik zag de vlinder waar iemand anders voorbijliep.

Ik zag hoe het zonlicht veranderde.

Ik zag kleine details.

Ik kon helemaal verdwijnen in kleuren, vormen, gedachten, vragen en verwondering.

En ondertussen werd er van mij verwacht dat ik mijn aandacht richtte op dat ene vel papier dat voor me lag.

Dat is een heel andere manier om naar dat kleine meisje te kijken.

Niet:

‘Waarom let je niet op?’

Maar:

‘Waar is jouw aandacht eigenlijk naartoe gegaan?’

Verwondering is niet hetzelfde als afwezigheid

Nu ik ouder ben, vind ik dat onderscheid ontzettend belangrijk.

Want we leven in een wereld waarin aandacht vaak wordt gemeten aan zichtbare prestaties.

Kijk je naar de leerkracht?
Maak je je taak?
Werk je snel genoeg?
Kun je de informatie reproduceren?

Dan heb je blijkbaar opgelet.

Maar een kinderbrein kan ondertussen met totaal andere dingen bezig zijn.

Met grote levensvragen.

Met patronen.

Met kleuren.

Met dieren.

Met rechtvaardigheid.

Met hoe mensen met elkaar omgaan.

Met waarom iets eigenlijk moet zoals het moet.

Met God.

Met de natuur.

Met verwondering.

Dat betekent natuurlijk niet dat kinderen geen rekenen hoeven te leren of nooit hoeven te oefenen met aandacht en doorzetten.

Maar misschien mogen we soms eerst nieuwsgierig worden naar wat er vanbinnen gebeurt, voordat we een kind corrigeren om wat we aan de buitenkant zien.

En misschien hoeven we die verwondering niet kwijt te raken

Jezus zegt:

‘Kijk naar de vogels in de lucht…’
— Mattheüs 6:26

Kijk.

Dat woord raakt me.

Want hoeveel kijken we eigenlijk nog?

Niet analyseren.

Niet presteren.

Niet oplossen.

Niet verbeteren.

Gewoon kijken.

Naar een vogel.

Een bloem.

Een vlinder.

Een kind dat speelt.

De lucht die langzaam roze wordt wanneer de zon ondergaat.

De Bijbel leert ons niet dat we moeten stoppen met verwonderen.

De schepping mag juist naar haar Schepper wijzen.

‘De hemel vertelt Gods eer, het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen.’
— Psalm 19:2

Misschien was dat kleine meisje achter het raam dus niet alleen maar ‘aan het dromen’.

Ze keek.

Ze zag.

Ze verwonderde zich.

Later leerde ik bang te worden voor sommige delen daarvan

Dat maakt mijn verhaal ingewikkelder.

Want wanneer je later terechtkomt in spiritualiteit buiten God om, kunnen verwondering, gevoeligheid, intuïtie, fantasie en spiritualiteit helemaal met elkaar verweven raken.

En wanneer je daar vervolgens afstand van neemt en Jezus wilt volgen, kun je doorschieten naar de andere kant.

Dan kan ineens alles verdacht gaan voelen.

Verbeelding?

Is dat wel goed?

Dromen?

Mag dat?

Visualiseren?

Is dat New Age?

Een sprookje met een fee?

Een afbeelding van een heks?

Kruiden?

Een kaars?

Poëzie?

Symboliek?

Een intens gevoel van verwondering wanneer je naar de natuur kijkt?

Voor je het weet probeer je niet alleen afstand te nemen van wat werkelijk niet bij je geloof past.

Je probeert ook een stukje van je menselijkheid uit te zetten.

En dat hoeft niet.

Ik hoef schoonheid niet weg te gooien om Jezus te volgen

Dat is misschien wel wat ik opnieuw aan het leren ben.

Ik hoef mijn verwondering niet kwijt.

Ik hoef mijn creativiteit niet kwijt.

Ik hoef niet te stoppen met schrijven.

Ik hoef niet te stoppen met dromen.

Ik mag verlangens hebben.

Ik mag fantasie hebben.

Ik mag poëzie prachtig vinden.

Ik mag naar de sterren kijken en diep geraakt worden.

Ik mag een vlinder prachtig vinden.

Ik mag kruiden uit mijn tuin halen en er thee van zetten zonder daar een geestelijke kracht aan toe te kennen.

Ik mag genieten van kleuren, geuren, muziek, verhalen en kunst.

Het onderscheid zit niet in het feit dát ik me verwonder.

Het gaat erom waar ik mijn hoop, waarheid en geestelijke bron zoek.

Ik hoef de schepping niet te aanbidden.

Ik mag door de schoonheid van de schepping heen juist dankbaar worden aan de Schepper.

Misschien wil ik dat kleine meisje daarom iets anders vertellen

Niet:

Sandy, stop eens met dromen.

Maar:

Blijf kijken.

Blijf je verwonderen.

Blijf vragen stellen.

Blijf die vlinders zien.

Blijf schrijven.

Blijf creëren.

Blijf schoonheid opmerken waar anderen eraan voorbijlopen.

Maar wanneer je verdwaalt, zoek dan niet naar antwoorden in iedere energie, ieder teken of iedere verborgen betekenis.

Je hoeft de schepping niet te gebruiken om controle te krijgen over het leven.

Je mag haar bewonderen.

En je mag ondertussen je hand leggen in die van de Schepper.

Misschien begreep dat kleine meisje nog lang niet hoe het leven zou lopen.

Misschien begreep ze zichzelf niet.

Misschien begrepen anderen haar ook niet altijd.

Maar dat meisje dat uit het raam keek?

Ik wil haar niet meer voortdurend terugroepen.

 

Soms wil ik gewoon even naast haar gaan zitten.

Samen naar buiten kijken.

Naar het zonlicht.

Naar de bomen.

Naar die ene vlinder die voorbijvliegt.

En fluisteren:

‘Ja, Sandy. Ik zie het nu ook.
Het is prachtig.’

En vervolgens:

‘Dank U, God, dat U dit hebt gemaakt.’


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.