Wat een ochtend.
Ik werd wakker met een soort innerlijke strijd. Niet heel scherp, maar zo’n vaag gevoel alsof ik op de rand van iets sta—alsof er iets wil doorbreken, of alsof je net voelt dat je ziek gaat worden. Zo’n tussenruimte waarin je lichaam en geest nog niet precies weten wat ze moeten doen.
En dan komt het moment waarop ik moet kiezen, iets wat ik na mijn burn-out echt heb moeten leren:
ga ik een uur rusten? Of ga ik toch even de tuin in?
Maar misschien hoeft het niet zo zwart-wit.
Misschien is rust ook gewoon: een glas water, een bakje yoghurt, in het zonnetje zitten en even niets moeten.
En daar, in die eenvoud, werd het stil.
Ik ervoer opnieuw Gods aanwezigheid. Geen groot spektakel, maar juist die zachte helderheid. Alsof er ruimte kwam van binnen. En in die stilte kwamen woorden omhoog:
“Ik vermag alle dingen door Christus die mij kracht geeft.”
“Uw genade is mij genoeg.'
Niet als druk. Niet als opdracht. Maar als bedding.
En ineens voelde ik het weer: overvloedige genade. Dankbaarheid. Voor waar ik woon, voor de tuin, voor lucht, voor leven. Ik besloot om toch even een rondje te lopen.
En toen moest ik lachen.
De kuikentjes zaten allemaal keurig op een rijtje, alsof ze een vergadering hadden. Zo simpel, zo vrolijk, zo levend.
En terwijl ik verder liep, zag ik het: de radijsjes waren klaar om geoogst te worden.
Dat kleine, rode wonder onder de aarde. Klaar om op tafel te komen. Alsof de schepping zachtjes zegt: “Pak maar. Ik ben er voor jou.”
Zoals geschreven staat dat we gezegend zijn met planten en bomen om van te eten—leven dat ons gegeven wordt, elke dag opnieuw.
Ik zocht een recept op: eiersalade met radijs en radijsblad. En zonder dat ik het echt doorhad, stond ik te koken. Al biddend. Al zingend. Al worshippend, midden in mijn keuken.
En ergens daarin werd alles weer licht.
Hoe bijzonder is het om in relatie met God te leven. Dat je niet alles zelf hoeft te dragen. Dat juist op de momenten dat je leeg bent, je niet alleen leeg blijft, maar gevuld wordt met iets wat niet van jezelf komt.
God is niet ver weg in zulke momenten. Hij is juist dichtbij. In het kleine. In het dagelijkse. In een bakje yoghurt in de zon. In kuikens op een rij. In radijsjes die klaar zijn om geoogst te worden.
We hoeven het niet op eigen kracht te doen.
God is genadig. God is nabij. God is met ons.
Halleluja. Prijs de Heer.
En als je vandaag zelf even geen puf hebt—denk dan niet dat je eerst “sterk genoeg” moet worden om bij God te komen. Kijk juist naar wat Jezus voor ons heeft gedaan aan het kruis. Ontvang Zijn genade zoals die is: genoeg, genoegzaam, dragend.
Soms zit het in iets heel eenvoudigs.
De zon op je gezicht. Een stille ochtend. Iets dat groeit in de tuin.
Er is zoveel om dankbaar voor te zijn. En Hij helpt je erdoorheen.
Ik wens je Gods zegen toe.
— Sandy Vanessa 🌿
Reactie plaatsen
Reacties