Autisme en samen zijn.


 

⭐ 1. Waarom samen zijn

vaak lastig is voor iemand met autisme / HSP

 

 

Voor mensen met autisme en/of hoogsensitiviteit is samen zijn vaak geen kwestie van “niet willen”, maar van hoe intens en complex sociale situaties kunnen aanvoelen. Een paar belangrijke redenen:

 

 

1. Prikkelgevoeligheid

 

 

Geluid, licht, geuren, bewegingen en gesprekken door elkaar kunnen snel overweldigend voelen. Wat voor anderen een “gezellige sfeer” is, kan voor iemand met HSP/autisme aanvoelen als een storm. Hierdoor kan samen zijn veel energie vragen.

 

 

2. Sociale informatie verwerken kost meer energie

 

 

Blikrichtingen, gezichtsuitdrukkingen, subtiele hints, onderliggende emoties — het kost bij autisme vaak bewuste verwerking in plaats van automatische intuïtie. Daardoor voelt samen zijn soms als “hard werken”.

 

 

3. Angst om het verkeerd te doen of niet begrepen te worden

 

 

Veel mensen met autisme/HSP hebben levenservaringen opgedaan waarin ze zich anders voelden, verkeerd begrepen, te direct, te stil, te gevoelig, te vol of te moe. Daardoor kan sociaal contact onveilig of onzeker voelen.

 

 

4. Sterke innerlijke beleving

 

 

HSP’s en mensen met autisme hebben vaak een diepe innerlijke wereld. Dat kan prachtig zijn, maar ook betekenen dat ze gesprekken of groepsdynamiek diep verwerken en lang “meedragen”. Samen zijn heeft dan meer impact en vraagt meer herstel.

 

 

5. Moeite met groepsdynamiek

 

 

In groepen zijn altijd impliciete regels: wie praat wanneer, wie bepaalt de sfeer, wat wordt er van je verwacht? Voor iemand met autisme/HSP zijn deze regels vaak niet vanzelfsprekend. Dat kan onrust geven of het gevoel dat je “buiten” staat.

 

 

6. Een sterk verlangen naar echtheid

 

 

Veel mensen met autisme en HSP voelen feilloos aan wanneer gesprekken oppervlakkig zijn of wanneer er een “masker” gedragen moet worden. In veel groepen kost dat energie — ze verlangen naar echte verbondenheid, niet naar toneelspel.

 

 

 

 

⭐ 2. Hoe kun je tóch deel worden van een christelijke community / kerk / huiskring?

 

 

Hieronder vind je tips die rekening houden met autisme, HSP én christelijk geloof — en vooral gericht zijn op meedoen op een manier die echt werkt, zonder dat het een “eilandje” wordt.

 

 

 

 

✔️ 

1. Begin met één veilige persoon, niet met een volle groep

 

 

In veel kerken is er ten minste één persoon die warm, rustig en open is. Als je eerst met één iemand verbinding mag bouwen — een leider, kringlid, pastor of vrijwilliger — kan die persoon een brug worden naar de groep.

Je hoeft niet in één keer “erbij te horen”. Jezus werkte zelf ook vaak één-op-één voordat Hij iemand in de groep bracht.

 

 

 

 

✔️ 

2. Vraag om voorspelbaarheid (dit is géén zwakte!)

 

 

Veel kerken of kringen willen graag aansluiten, maar weten niet hoe. Het helpt enorm als je (kort en eenvoudig) aangeeft:

 

  • Hoeveel mensen je prettig vindt
  • Waar je graag wil zitten (bijv. aan de rand of met zicht op de deur)
  • Of je vooraf het programma wil weten
  • Of je een time-out nodig mag hebben zonder dat iemand er iets achter zoekt

 

 

Dat is geen last — het is helderheid. En helderheid maakt verbondenheid mogelijk.

 

 

 

 

✔️ 

3. Doe niet alles, maar kies één of twee dingen waarin jij tot bloei komt

 

 

Je hoeft niet overal bij te zijn. Kies iets dat bij jouw energie en gaven past:

 

  • een bijbelkring in een kleine groep
  • een stille gebedsavond
  • een wandelgroep of koffiemoment
  • praktische dienst (gastvrijheid, techniek, creatief werk)

 

 

Je “hoort erbij” niet doordat je overal bent, maar doordat je ergens echt aanwezig kunt zijn.

 

 

 

 

✔️ 

4. Zoek groepen met structuur of rust

 

 

Veel christenen met autisme/HSP voelen zich fijner in:

 

  • huiskringen met duidelijk programma
  • rustige kerkdiensten
  • liturgische of contemplatieve vormen
  • gebedsgroepen waar stilte normaal is

 

 

Structuur geeft veiligheid, en veiligheid maakt verbondenheid mogelijk.

 

 

 

 

✔️ 

5. Vraag (indien fijn) om een “buddy” bij grote bijeenkomsten

 

 

Niet iemand die jou moet “begeleiden”, maar iemand die weet dat je prikkelgevoelig bent en die kan helpen als alles te veel wordt.

Een buddy is een vorm van verbondenheid, niet van afhankelijkheid.

 

 

 

 

✔️ 

6. Verwar “moe zijn van mensen” niet met “er niet bij horen”

 

 

Autisme/HSP betekent dat je sneller leegloopt van sociale prikkels.

Dat gaat vaak hand in hand met een diep verlangen naar echte verbinding.

Eigenlijk ben je niet asociaal, maar juist gevoelig voor oprechte, veilige, betekenisvolle relaties.

 

Het is oké dat je na samen zijn oplaadtijd nodig hebt — dat is geen teken dat je niet past in de gemeenschap.

 

 

 

 

✔️ 

7. Deel (beetje bij beetje) wie je bent

 

 

Je hoeft niet meteen je hele verhaal te doen, maar kleine stukjes delen helpt mensen je te begrijpen:

 

  • “Ik ben soms wat stiller in groepen, maar ik luister wel echt.”
  • “Ik kan prikkelgevoelig zijn, dus ik stap soms even naar buiten.”
  • “Ik houd van diepgang, dus ik stel soms onverwachte vragen.”

 

 

Mensen reageren meestal met begrip — en dat opent de deur naar echt erbij horen.

 

 

 

 

✔️ 

8. Bid om de juiste plek, niet om perfecte moed

 

 

Niet elke kerk past bij elke persoon — dat is oké.

Vraag God om een plek waar jij tot rust én tot bloei komt.

 

“God zet de eenzame in een huisgezin.” — Psalm 68:6

 

Dit betekent ook: Hij weet precies welke mensen bij jou passen.