Mijn zoektocht.
Mijn zoektocht naar de vraag:
wat is autisme werkelijk?
Als klein meisje was ik niet zozeer gericht op de juf voor de klas, maar op de wereld daarbuiten.
Op de natuur. Op details. Op de vlindertjes die buiten langs het raam vlogen. Terwijl de klas doorging, was mijn aandacht ergens anders — niet omdat ik er niet wílde zijn, maar omdat mijn blik vanzelf werd getrokken naar wat voor mij betekenisvol was.
Mijn moeder moest weleens op gesprek komen, omdat de juf vond dat ik te veel droomde. Dat ik niet helemaal aanwezig leek. Door de jaren heen kreeg ik vaker teruggekoppeld dat ik in een soort eigen bubbel leefde. Een droombubbel.
Maar zo ervaarde ik het zelf helemaal niet.
Ik had juist het gevoel dat zij in een andere werkelijkheid leefden. Een wereld die voor mij vaak onwaarachtig aanvoelde — oppervlakkig, onrustig, vol aannames en soms zelfs leugens. Alsof ik iets zag wat anderen niet zagen, en andersom.
Een lichaam dat voortdurend alarm sloeg
In mijn tienerjaren ging ik op zoek naar antwoorden. Ik las veel hulpboeken en bevond mij op wat men noemt “het spirituele pad”. Ik probeerde te begrijpen waarom mijn lichaam zo vaak in vecht-, vlucht- of bevriesstand stond. Waarom mijn zenuwstelsel aanvoelde als een oorlogsgebied.
Ik geloofde werkelijk dat mijn ziel misschien niet goed geïncarneerd was in mijn lichaam. Dat dit mogelijk te maken had met een scooterongeluk toen ik zes jaar oud was. Dat er simpelweg “iets mis” moest zijn met mij.
Spiritualiteit gaf tijdelijke troost.
Want als je kunt zweven, wegdromen, visualiseren — als je kunt geloven in een energetische werkelijkheid vol geometrische vormen waarin alles mogelijk is — dan verdwijnt het fysieke ongemak. Voor een autistisch zenuwstelsel is dat een enorme verleiding. Even weg uit het lichaam. Even geen strijd.
Maar hoe mooi en verleidelijk ook: het was niet de waarheid.
Net zoals dromen tijdens je slaap een toestand zijn, maar niet de werkelijkheid zelf.
En diep vanbinnen bleef één overtuiging overeind:
Ik ben hier.
Ik wil leven.
Maar hoe dan — met dit lichaam dat altijd alarm slaat?
Ik wilde niet langer leven in een gevisualiseerde droomwereld om de oorlog in mijn lichaam te ontvluchten. Ik wilde in de waarheid leven.
En toen leerde ik Jezus kennen
Dat veranderde alles.
Niet omdat mijn autisme verdween.
Niet omdat mijn zenuwstelsel ineens rustig werd.
Maar omdat ik iets fundamenteels begon te begrijpen:
Ik ben bedoeld.
Ik ben geschapen.
Ik ben geliefd.
En er is niets mis met mij.
“Nog voordat Ik je vormde in de moederschoot, kende Ik je.”
(Jeremia 1:5)
Ook al roept mijn lichaam soms iets anders — Gods waarheid staat daarboven.
“Ik loof U, omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben.”
(Psalm 139:14)
Niet deels. Niet met een foutje.
Maar wonderlijk.
Geen hogere zielen, geen andere dimensies
Ik geloof niet (meer) dat mensen met autisme:
- hogere zielen zijn
- een hogere frequentie dragen
- aliens zijn
- of uit een andere dimensie komen
(Deze overtuigingen komen overigens uit een andere bron: de New age. Waar er vooral op de esoterische werkelijkheid wordt gericht. Op deze website heb ik meerdere pagina's geschreven over 'de waarheid over de New age' en vind je mijn boek 'Van New age naar een eeuwig leven met Jezus'. Dit is een rijk dagboek met dagelijkse gebeden om te helpen te richten op God's waarheid. Niet om JOUW te fixen, maar om je weer te ankeren in De waarheid, in Christus'.
Hoe mooi of troostend die ideeën soms ook klinken — ze zeggen eigenlijk: “Je hoort hier niet.”
Maar God zegt het tegenovergestelde:
“Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”
(Johannes 1:14)
Jezus incarneerde volledig als mens.
Hij heiligde het lichaam.
Hij vluchtte niet uit de wereld, maar kwam er juist middenin.
Wij zijn geen aparte categorie mensen.
We zijn mens en medemens.
Uniek geschapen, maar niet losgemaakt van de rest.
Autisme als richting, niet als fout
Mijn psycholoog zei ooit iets wat me diep raakte:
“Waarom zouden we allemaal naar een drukke IKEA moeten en onszelf martelen?
Als jij blijer wordt van een boerderijwinkel in een rustig dorpje, dan is dat toch oké?”
Dat veranderde mijn blik.
Misschien is een lichaam dat alarm slaat niet kapot.
Misschien wijst het de weg.
“De mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEER ziet het hart aan.”
(1 Samuël 16:7)
Als mijn lichaam protesteert, betekent dat niet dat ik faal —
maar dat ik mogelijk op een andere plek moet zijn.
Of dat God voor mij een ander tempo heeft bedoeld.
“Mijn genade is u genoeg.”
(2 Korintiërs 12:9)
Dit is de boodschap die ik wil doorgeven
Aan iedereen met autisme:
Er is niets mis met jou.
Je hoeft niet gerepareerd te worden.
Je hoeft niet spiritueel te ontsnappen om het leven aan te kunnen.
Je bent hier.
Je bent bedoeld.
Je bent geliefd.
Autisme is geen vergissing van God.
Het is onderdeel van hoe jij geschapen bent.
Een gebed voor mensen met autisme
Vader God,
U die mij kent tot in het diepst van mijn wezen,
U die mijn lichaam hebt gevormd en mijn zenuwen hebt geweven,
Leer mij Uw waarheid te geloven
wanneer mijn lichaam angst roept
en mijn gedachten op hol slaan.
Help mij om niet te vluchten uit mezelf,
maar om in U aanwezig te zijn.
Geef mij wijsheid om te onderscheiden
waar ik mag vertragen,
waar ik mag weggaan
en waar ik mag rusten.
Dank U dat ik niet te veel ben,
niet te gevoelig,
niet verkeerd gemaakt.
Dank U dat ik bedoeld ben.
Hier.
Nu.
Zoals ik ben.
In Jezus’ naam,
Amen.
Nieuw!
Wil jij mijn nieuwe boekje ´Autisme, waarheid en genezing in Christus lezen?´
Je kunt het boekje gratis hier downloaden.